• Als verstokt Apple gebruiker ben ik verwend. Jarenlang gebruik van mooi ontworpen hardware en goed doordachte software hebben mij tot een onmiskenbare snob gemaakt. Niet dat ik alles wat Apple bedenkt en ontwerpt altijd goed wil praten, af en toe heb ik zeker kritiek, maar ik ben en blijf een overtuigd gebruiker. Ik ga altijd voor het beste. En toch?

    Naast Apple heb ik nog een andere voorliefde. Al sinds lange tijd gebruik ik zowel zakelijk als privé vele Google diensten en dat heeft ervoor gezorgd dat ik ook een overtuigd en loyaal Google gebruiker ben geworden. Zo loyaal dat ik vorige week tijdens de besluitvorming rond de aanschaf van een tablet het voordeel aan Google heb gegund. Ik heb meer dan een jaar geduldig gewacht op de retina versie van de compacte iPad Mini maar toen het moment van aankoop nabij was sloeg de twijfel toe. Zou het niet slimmer zijn om een Nexus 7 aan te schaffen om als doorgewinterd Google gebruiker ook eens kennis te maken met Android?

    Qua hardware komt de iPad Mini in de meeste reviews als superieur uit de bus, maar met de Nexus en Android KitKat is Google gevaarlijk dicht genaderd. De prijs gaf uiteindelijk de doorslag. Tijd om eens een keertje vreemd te gaan…

    Acceptabele hardware

    Qua hardware kan ik duidelijk zijn. Nee, dit is geen Apple kwaliteit. Niet slecht, maar zeker geen object van esthetische schoonheid en die mini USB oplader is een ramp. Daar staat tegenover dat het apparaat wel lekker in hand ligt . Het heldere beeldscherm doet niet onder voor een iPad ook al heeft het een ietwat lagere resolutie. Wat de processor betreft kan ik de Nexus alleen vergelijken met mijn oude 3d Gen iPad van bijna twee jaar oud. Oneerlijk, maar voor mij voelt het acceptabel, al geloof ik de reviewers op hun woord als ze beweren dat de A7 chip in de nieuwe iPad Mini sneller is. Zo merk ik al bij het verversen van een newsfeed of scrollen in een zware webpagina dat het niet altijd even vloeiend gaat. Wat betreft hardware mag Apple nog altijd de meerdere zijn maar daar ging het me niet om. Ik wilde weleens weten hoe goed Android inmiddels is…

    Verrassend simpele installatie

    Direct uit de doos wordt de Nexus 7 geleverd met een oudere versie van Android maar na de initiële setup wordt direct gevraagd om te updaten naar het nieuwe Android 4.2 KitKat. Een kind kan de was doen. Binnen een uur was ik up and running. Software up to date, instellingen verkend en Google accounts toegevoegd. Klaar om de Play Store te bestormen op zoek naar mijn favoriet apps. En die zijn er allemaal: Uiteraard Facebook, Twitter en Google+, maar ook Flipboard, Circa en Zite, Evernote, Blogger, Kindle, Dropbox, Snapseed en ga zo maar door. Voer bij al deze cloud diensten je accountgegevens in en voilà, je hele online leven gemigreerd naar Android.
    Wat dat betreft had Eric Schmidt wel gelijk met zijn Google+ post over de eenvoud van zo’n verhuizing. Op het eerste gezicht doet de ervaring met Android dus niet onder voor iOS. Wat dan wel?

    Nadelen ten opzichte van iOS

    Toegegeven, iOS 7 ziet er een stuk mooier uit. Ook sommige van mijn geliefde apps ogen beter onder iOS. Vooral Zite vind ik op de Nexus minder prettig. Flipboard is O.K. maar reageert minder vloeiend. Verder ben ik flink aan het worstelen met de Photo’s app. Ik begrijp de structuur van diverse mappen blijkbaar niet goed? Daar staat tegenover dat je ook hier als Google+ gebruiker zijnde het voordeel van de Google Cloud zal ervaren. Foto’s die ik met mijn iPhone maak verschijnen binnen luttele minuten op mijn Nexus tablet om ze te bewerken. Alhoewel?

    Wat betreft sommige app-categorieën is het duidelijk dat het iOS platform nog altijd de voorkeur van veel ontwikkelaars heeft. Veel van de vernieuwende fotografie-apps die onder iOS gebruikers heel populair zijn zul je bijvoorbeeld niet in de Play Store vinden. Apps zoals Hipstamatic, Camera+ of FaceTune. De laatste tijd zijn er echter een hoop goede foto-apps voor Android uitgebracht. Uiteraard is Snapseed wel beschikbaar. Oorspronkelijk ontwikkeld door Nik Software is dit juweeltje sinds vorig jaar in handen van Google. Ook Instagram, Camera Awesome en VSCOcam zijn sinds kort beschikbaar voor Android. 

    Gevangen in iCloud?

    Een ander probleem is het feit dat je als Apple gebruiker data gebruikt die wordt gesynchroniseerd via Apple’s gesloten iCloud. Die gegevens kunnen niet zomaar uitgewisseld worden met andere platformen. Apple Mail is geen probleem, dat is gewoon een IMAP server en mijn zakelijke mail accounts zijn sowieso alemaal Gmail accounts. Maar als Apple gebruiker heb ik wel al mijn contacten aan de Apple Cloud toevertrouwd. Omdat ik al jaren Gmail gebruik heb ik nieuwe adressen regelmatig geëxporteerd naar Gmail dus beschik ik in Android over en redelijk up to date adresboek. 
    Wat betreft notes en todo’s wordt het lastiger. Ik ben erg gewend geraakt om de ingebouwde Reminders app van Apple te gebruiken, zowel op mijn iPhone als Mac. Die gegevens kun je niet synchroniseren met een Google dienst en vice versa. De todo’s in Google Now of Google Keep synchroniseren op hun beurt niet met iCloud Reminders. De oplossing is nu om al mijn notities en todo’s maar in Evernote te stoppen. Die kan ik immers ook op mijn iPhone en Mac raadplegen. Evernote werkt overigens erg goed onder Android. Zeker in combinatie met de Widgets.

    Voordelen ten opzichte van iOS

    Ik moet eerlijk toegeven dat het aantal nadelen me erg is meegevallen. De voordelen zijn daarentegen aanzienlijk. Het feit dat je custom home screens kunt aanmaken en widgets toevoegen is slim bedacht (vooral de widget van Evernote) De notificaties van Android zijn heel erg handig. Google Now is uiteraard sytem-wide geïntegreerd en dat is een belangrijk voordeel. Nog belangrijker is het feit dat je onderling gegevens tussen apps kunt delen. Zodra een app is geïnstalleerd verschijnt het in het system-wide share menu. Zo kun je vanuit iedere app iets delen naar Pocket, Dropbox of Evernote. Ook als de app-ontwikkelaar hier geen support voor het ingebouwd. 
    En dan is daar natuurlijk het feit dat Android het toestaat om andere invoermethoden te installeren. Swype is natuurlijk een bekende en inderdaad werkt het slepen over toetsen in combinatie met de ingebouwde woordsuggestie verrassend goed. Na en paar dagen ben ik overgestapt op het vergelijkbare SwiftKeys omdat dit toetsenbord er beter uitziet en een paar handige extra opties biedt zoals het ‘leren’ van woorden afkomstig uit je email berichten en social media accounts. Helaas missen deze apps een belangrijk stuk gereedschap dat iOS wel standaard heeft ingebouwd. Zo maak ik veelvuldig gebruik van text expanding. Een vooraf vastgelegde zin wordt daarmee automatisch ingevoegd zodra je een afkorting intoetst. Tijdens het zoeken naar een dergelijk alternatief voor Android kwam ik er achter dat het standaard toetsenbord van Google dit wel ondersteunt, het is alleen een beetje verstopt in de instellingen.
    Tevens leerde ik dat er ook een plug-in bestond die woorden uit je mail en social media accounts aan de woordherkenningsbibliotheek van het standaard Google toetsenbord toevoegt. Met User Dictionary plus het standaard toetsenbord eigenlijk net zo makkelijk als SwiftKeys.

    Conclusie

    Om geen misverstanden te laten ontstaan, ik ben nog altijd een fervent Apple gebruiker. Maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik inmiddels veel plezier beleef aan mijn Nexus tablet. De combinatie met een iPhone voor onderweg is eigenlijk wel ideaal. Op de iPhone kan ik bijv. gebruik maken van de superieure fotografie ervaring, terwijl ik een tablet juist veel meer gebruik voor lees en schrijfwerk en juist daar heb ik voordeel van Android en de integratie met Google diensten.

    Mijn conclusie is dat het eeuwig zonde is dat de introductie van Android de twee voormalige partners zo uit elkaar heeft gedreven want het meest ideale zou een iPad met naadloos geïntegreerde Google services zijn geweest. Hoe dat zo ver heeft kunnen komen ben ik aan het lezen in het aanbevelenswaardige boek van Fred Vogelstein getiteld ‘Dogfight, how Apple and Google went to war and started a revolution’.

    Door: Fred van der Ende


  • Google heeft dit najaar naar aanleiding van de 15e verjaardag van het bedrijf een nieuw zoekalgoritme doorgevoerd met codenaam 'Hummingbird'. Een enorme verandering die ook veel gevolgen heeft voor het zoeken en vinden van bedrijven. Ik heb me de afgelopen periode flink ingelezen mede dankzij de verhelderende Google+ posts van +Mark Traphagen en +Mike Blumenthal. Meest behulpzaam was echter het boek Google Semantic Search van +David Amerland.

    Semantische zoekmachine

    Google is langzamerhand een stuk intelligenter geworden. De zoekmachine is in staat om onderling verband tussen afzonderlijke stukjes informatie te herkennen. Dat wordt ook wel aangeduid als semantic search. Zo is een semantische zoekmachine bijvoorbeeld in staat om een logisch verband te leggen aan de hand van de zoektermen die de gebruiker heeft ingevoerd. Een vorm van kunstmatige intelligentie en de methodiek erachter is dan ook hogere computerwetenschap die ik begrijpelijk wil maken aan de hand van een simpel voorbeeld uit mijn dagelijkse praktijk:

    Traditioneel zoeken in de praktijk

    Laten we eerst even een paar stappen terug doen naar de situatie van een paar jaar geleden: Ons horecabedrijf Theehuis Dennenoord, gespecialiseerd in de originele Engelse Afternoon Tea, is gevestigd in Nutter. Het adres wordt duidelijk op elke pagina van onze site vermeld. Stel dat een potentiële bezoeker wel eens over ons heeft gehoord maar niet meer weet wat de bedrijfsnaam is? Hij of zij voert dan bijvoorbeeld een zoekterm in als: 'Theehuis in Nutter', en voilá, onze homepage staat bovenaan in de zoekresultaten...
    Dit is een schoolvoorbeeld van een simpel zoekresultaat aan de hand van steekwoorden (keywords). De domeinnaam en de titel van de website bevatten het woord 'Theehuis' en op elke pagina komt het woord 'Nutter' voor. Aangezien we ook het enige theehuis in Nutter zijn is onze website waarschijnlijk één van de weinige pagina's waar de zoekmachine deze combinatie van steekwoorden überhaupt kan vinden. Als een gebruiker naar een theehuis in Amsterdam had gezocht waren er al veel meer resultaten geweest.

    Semantisch verband tussen zoektermen

    De echte wereld is echter een stuk complexer dan bovenbeschreven ideaal. Ja, ons bedrijf mag dan wel officieel in Nutter gevestigd zijn maar dat is een buurtschap met slechts een handjevol boerderijen dat niet eens over plaatsnaamborden beschikt. Als een bezoeker die niet bekend is in deze omgeving van Ootmarsum naar Vasse rijdt passeert hij of zij een prachtig landschap met glooiende essen zonder te beseffen dat dit Nutter is. Vasse is het dichtstbijzijnde dorp met een duidelijke dorpskern en waarschijnlijk zullen de meeste potentiële bezoekers dit wel kennen. Volgens Google Analytics is dat ook één van de meest gezochte steekwoorden die worden gebruikt om ons bedrijf te vinden: Potentiële klanten zoeken naar een theehuis in 'Vasse'.
    In een traditionele zoekmachine zou ons bedrijf domweg niet boven komen drijven met de zoektermen: 'Theehuis in Vasse'. Het woord 'Vasse' komt immers nergens op de site terug? Voor een semantische zoekmachine is dit echter een eitje. Zo heeft Google alle plaatsnamen ter wereld in z'n database, compleet met coördinaten en straatnamen. Daarmee kan een logische verband gelegd worden. Google weet dat Nutter slechts twee kilometer van Vasse is verwijderd. Aangezien er maar één theehuis in de wijde omtrek bekend is gaat Google ervan uit dat de gebruiker waarschijnlijk op zoek zal zijn naar Theehuis Dennenoord.

    Sociale signalen

    Bovenstaande praktijk is slechts een klein voorbeeld van de vele complexe semantische verbanden die worden gelegd. Zo weet Google inmiddels wat het woord 'theehuis' inhoudelijk betekent en kan relatie leggen tussen dat woord en bijvoorbeeld een database met horecabedrijven of een website over thee. Daarnaast wordt er ook naar semantische relaties gezocht in de berichten van social media sites. Bijvoorbeeld Facebook berichten of tweets die de term 'Theehuis Dennenoord' bevatten of social media gebruikers die over ons praten.
    De hoeveelheid volgers en het feit of zo'n gebruiker actief berichten post heeft invloed op het gewicht van de indexering. Zo staat onze Facebook pagina met 2500 volgers redelijk hoog in de resultaten. De invloed van social media gebruikers wordt afgewogen met behulp van een complex aantal factoren. Daarbij wordt extra meegewogen of een social media gebruiker over een Google+ profiel beschikt en officieel het 'Google Authorship' heeft geclaimd. Berichten of blog posts van geverifieerde auteurs krijgen veel meer gewicht in de semantische zoekresultaten. In een volgend artikel ga ik dieper in op het authorship principe maar ik zal hier alvast een voorbeeld geven:

    Authorship voor hogere zoekresultaten

    Er zijn veel websites die over ons bedrijf hebben geschreven. Wie op 'Theehuis Dennenoord' zoekt krijgt een flink aantal pagina's met zoekresultaten van o.a. het VVV, Iens.nl, Zoover en Yelp tot en met redactionele artikelen uit Libelle, Margriet en Landleven. Allemaal bekende websites met een groot bereik. Echter, er is een onafhankelijke website die de laatste tijd heel hoog in de zoekresultaten scoort. Het betreft een review op BijzonderPlekje.nl waarbij naast de link een portretfotootje van auteur +Marloes Brekelmans wordt getoond. Die foto is afkomstig van haar Google+ profiel. Marloes heeft haar profiel aan haar website gekoppeld en de inhoud van haar site als intellectueel eigendom geclaimd met behulp van Google Authorship.
    Sinds de laatste update van Google wordt er zoveel mogelijk gezocht naar het logische verband tussen informatie over producten, diensten of bedrijven en de aanbevelingen of meningen van 'echte' mensen. Het sociale signaal van een geverifieerd auteur als Marloes scoort dan blijkbaar hoger dan een anoniem geschreven artikel op een populaire website. Websites die veel interessante inhoud publiceren, geschreven door auteurs die geverifieerd zijn, krijgen voorrang.

    Lokale gegevens in semantische verbanden

    Laat ik tot slot nog een extra argument geven als je als ondernemer zijnde nog niet goed op de hoogte bent van de nieuwe algoritmen in de Google zoekmachine maar wel donders goed beseft dat een hoge 'ranking' in de zoekresultaten belangrijk kan zijn voor je bedrijf.
    Zoals ik hier al eerder heb beschreven heeft Google vorig jaar een grote verandering doorgevoerd wat betreft de database met informatie over lokale bedrijven (deze database wordt o.a gebruikt in Google Maps). Al deze bedrijfsvermeldingen zijn inmiddels geconverteerd naar een Google+Local pagina. Ieder bedrijf dat over een officiële vermelding in Google Maps beschikte heeft tegenwoordig dus een Google+ pagina. Zoek maar eens naar je bedrijf in plus.google.com/local.
    Bedrijfseigenaren kunnen hun lokale Google+ pagina verifiëren en koppelen met hun website zodat de basisgegevens afkomstig van deze Google+Local pagina in een mooi overzichtelijk extra venster naast de zoekresultaten verschijnen. Compleet met foto's, een kaart met routebeschrijving, openingstijden en telefoonnummer en recensies van Google gebruikers. Wanneer je een lokale Google+ pagina hebt geverifieerd wordt er dus een verband tussen je Google+Local pagina en de website aangemaakt. Een verband dat Google zwaar laat meewegen wat betreft de 'ranking' van je bedrijf in de zoekresultaten naarmate je Google+ pagina meer reviews heeft en een hoge waardering krijgt.

    Conclusie

    Tot dusver ben ik content met de positie die mijn bedrijf in de nieuwe zoekresultaten scoort. Ik heb gelukkig al vroeg ingezien dat Google+ belangrijk zou worden en ook mijn bedrijf beschikt al geruime tijd over een Google+ pagina die gekoppeld is met onze website. Ook als persoon ben ik actief op Google+ en heb ik inmiddels authorship geclaimd voor mijn websites.
    Als je een bedrijf hebt kun je er volgens mij niet meer omheen. Google+ is belangrijk voor de 'ranking' in de zoekresultaten. Je doet er verstandig aan om hier mee aan de slag te gaan...

    Door: Fred van der Ende

  •  
    Vorige week presenteerde ik een workshop voor mede-ondernemers van de lokale ondernemersvereniging. Onderwerp: Social Media voor bedrijven en het aanmaken van een Facebook pagina. Daarin werd me weer eens duidelijk dat het allemaal niet zo eenvoudig is als het lijkt...

    Worstelen met tablets

    De sessie bestond deels uit een praktijkgedeelte. We hadden gevraagd om een laptop of tablet mee te nemen zodat we ter plekke de stappen konden doornemen om een Facebook Pagina aan te maken. Opvallend was dat bijna iedereen een iPad of Android tablet bij zich had. Helaas leverde dat wel het nodige geworstel op. Hoe handig een tablet ook kan zijn voor het bijhouden van je Facebook nieuws, een pagina aanmaken is toch wat lastiger. Dat kan niet vanuit de Facebook App dus moest het proces in de mobiele webbrowser voltooid worden. En dan blijkt maar weer eens hoe lastig een tablet kan zijn voor het invoeren van gegevens. Er werd flink geworsteld met kleine popup menu's en selectievelden. Per ongeluk het scherm op een verkeerde plek aanraken kan dan desastreus zijn. Zeker als je halverwege het invullen van het formulier was gevorderd... 

    Hoofdletters niet toegestaan?

    Terwijl we met een groepje bezig waren om allemaal een bedrijfspagina aan te maken viel me op dat er toch veel onverwachte problemen optraden. Zo werd bij een aantal mensen de ingevulde naam voor de pagina niet geaccepteerd met een cryptische waarschuwing. Waarom? Na enig zoeken bleek het probleem de automatische grammaticale controle die Facebook hanteert. Zo mag de naam van een pagina geen hoofdletters voor zelfstandige naamwoorden bevatten. Bijvoorbeeld: 'Kapsalon Oude Luttikhuis' werd niet toegestaan maar 'kapsalon Oude Luttikhuis' wel? 
    Er blijken veel mensen last te hebben van dit probleem. Zie bijvoorbeeld deze discussie in het Facebook forum.
    Facebook blijkt heel rigide om te gaan met de zogeheten 'Improper Capitalization' zoals die in de guidelines is beschreven. Zo kun je blijkbaar geen hoofdletters in zelfstandige naamwoorden gebruiken of meerdere hoofdletters in een woord (bijv. NetSense). Afkortingen blijken ook een probleem te zijn. Als Facebook een afkorting niet kent kun je 'm niet met hoofdletters invoeren.

    Oplossing: Schrijf tijdens het aanmaken van de pagina dergelijke woorden met kleine letters en varander de naam later nadat de pagina is aangemaakt.

    Categorie van een bedrijf

    Een vraag waar alle deelnemers mee worstelden was de keuze voor de bedrijfscategorie. Veel mensen wilden hier graag een specifieke categorie definiëren maar werden gedwongen om een keuze te maken uit de lijst met voorgestelde categorieën. Op zich is het wel logisch waarom je een keuze moet maken uit die lijst. Neem bijvoorbeeld de mobiele Facebook app waarmee je kunt zoeken naar 'locaties in de buurt'. Daarbij worden een aantal hoofdcategoriën getoond zoals restaurants, lunchrooms, koffiehuizen e.d. Je wilt natuurlijk wel dat je restaurant daaronder getoond wordt ook al heb je bijvoorbeeld een gespecialiseerd visrestaurant. Facebook breidt het aantal categorieën ook steeds uit. Toen ik enkele jaren geleden de pagina voor ons theehuis aanmaakte bestond er nog geen categorie voor thee of koffiehuizen, inmiddels wel.
    Je kunt categoriën zo vaak wijzigen als je wilt nadat een pagina is aangemaakt. Je kunt achteraf ook meerdere categoriën toevoegen. Het verdient dus aanbeveling om regelmatig je bedrijfsinformatie onder de instellingen van je pagina te bezoeken.

    Webadres van de pagina

    Een volgend probleem was het kiezen van de URL (internetadres) voor een pagina zoals bijvoorbeeld www.facebook.com/dennenoord. Deze URL kun je bijvoorbeeld gebruiken om vanaf je website naar je pagina te linken of te vermelden in drukwerk. Facebook noemt deze URL heel verwarrend 'de gebruikersnaam'. De pagina eigenaar krijgt hier dus de mogelijkheid om een zelfgekozen naam voor die URL te claimen. Dit moet echter wel een unieke naam zijn. Zodra een naam al in gebruik is zal het systeem je dwingen om een aanpassing te maken. Er zijn ok een heleboel zaken waar zo'n gebruikersnaam aan moet voldoen. Zo mag het o.a. geen spaties of leestekens bevatten. Het is dus zaak om een duidelijke maar korte naam te kiezen.
    Denk goed na over de naam voor je pagina en de gewenste gebruikersnaam (URL). Je mag de URL achteaf slechts éénmaal wijzigen. De naam van de pagina zelf mag alleen gewijzigd worden zolang een pagina minder dan 200 'likes' heeft. Daarna zit je eraan vast...

    Beheerders en eigendom van de pagina

    Naast deze vragen waar iedereen die een pagina aanmaakt mee wordt geconfronteerd ontdekten we nog een paar vreemde problemen. Ik had tijdens de introductie al helder uitgelegd dat alleen iemand met een Facebook account een pagina kan aanmaken. Die persoon is dan automatisch de eigenaar van die pagina en kan vervolgens eventueel anderen uitnodigen om beheerder te worden. Maar wat schetste met mijn verbazing? Het bedrijf van een deelneemster had al een pagina die ooit door haar man was aangemaakt. Hij was dus de eigenaar van die pagina. Zodra zij inlogde met zijn Facebook account kwam ze echter direct op die pagina terecht en niet op zijn profiel. De betreffende persoon kwam ook niet bovendrijven bij het zoeken naar zijn naam?
    Wat er waarschijnlijk is gebeurd is dat er ooit een pagina is aangemaakt terwijl de eigenaar later z'n Facebook account heeft verwijderd. Facebook koppelt die logingegevens vervolgens blijkbaar aan de reeds bestaande pagina omdat deze anders onmogelijk nog beheerd kan worden. We konden het probleem dus oplossen door met zijn oude gegevens in te loggen en onder de instellingen van de pagina een nieuwe beheerder/eigenaar toe te voegen.

    Conclusie

    Het is dus allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt en ik ben blij dat we een aantal problemen hebben opgelost. Tijdens de volgende sessie gaan we in op het claimen van een locatie voor de aangemaakte pagina's. Belangrijk voor bedrijven die over een openbaar toegankelijke vestiging beschikken...
    Door: Fred van der Ende

  • Blijkbaar was ik niet de enige die gisteravond tevergeefs probeerde om iOS 7 (het nieuwe besturingssysteem) op mijn iPhone te installeren. De servers waren zo zwaar overbezet dat ik het maar heb opgegeven en de upgrade pas vanochtend heb gedaan. En net als bij veel Apple gebruikers kon ik voorspellen dat vandaag een onproductieve dag zou worden omdat die iPhone ineens heel anders werkt en vooral heel anders oogt!

    Heftige veranderingen

    Wie de aankondiging van afgelopen zomer een beetje heeft gevolgd wist al lang dat deze nieuwe versie een heftige verandering wat betreft uiterlijk en vormgeving zou brengen. Hoofdvormgever Jony Ive is persoonlijk verantwoordelijk voor dit onorthodoxe uiterlijk dat veel wit bevat in combinatie met lichte, doorzichtige pastelkleuren. De hele interface is voorzien van magere, ultrastrakke tekst die gerenderd wordt in het populaire lettertype Helvetica. Ik zal hier niet ingaan op de vraag of het eindresultaat mooi is of niet. Daar is al voldoende over gezegd. Voor mijzelf kan ik in ieder geval zeggen dat ik er waarschijnlijk niet snel aan gewend zal zijn al zijn er hoop nieuwe opties die me wel bevallen...

    Plat en mimalistisch

    De minimale vormgeving van Ive is een antwoord op de zwaar bekritiseerde skeuomorphe vormgeving waar veel software van Apple overdadig mee versierd was. Denk aan adresboeken of agenda's die op een echt papieren boek lijken, compleet met gestikt leer langs de rand of restjes van afgescheurd papier. Veel criticasters van deze vormgeving zullen ongetwijfeld gelijk hebben gehad. In de wereld van interface- en webdesign is de trend naar minimalisme duidelijk zichtbaar. Eenvoudige iconen en teksten in plaats van echte ogende knoppen om duidelijk maken waar de gebruiken op moet drukken. Ik ben ook een voorstander van dat minimalisme maar met  iOS 7 wordt ik me ineens bewust van een specifiek probleem

    Conditionering door herhaald klikgedrag

    Ik merk zelf dat ik nogal last heb van een zekere conditionering als gevolg van herhaald klikgedrag. Als ik bijvoorbeeld een app regelmatig open of bepaalde herhalende handelingen verricht, verwacht ik ze altijd op dezelfde plek. Om die reden heb ik de apps op mijn iPhone en iPad op precies dezelfde wijze gerangschikt. Op die manier kan ik bijvoorbeeld zonder nadenken de Facebook app vinden omdat die op al mijn apparaten links onder in het scherm staat. Ben ik de enige? Volgens mij niet...

    Gedurende de afgelopen jaren werd me ook nog iets anders duidelijk. Ik heb niet alleen last van deze conditionering wat betreft het feit ik de apps op ongeveer dezelfde plek verwacht. Mijn klikgedrag wordt ook sterk gestuurd door de algemene kleurindruk die een bepaalde knop of icoontje heeft. Veel apps in iOS hadden bijvoorbeeld een overwegend donkerblauwe achtergrond. Neem Facebook, LinkedIn, Hootsuite, Mail, Safari, Dropbox, etc... Als die te dicht naast elkaar gepositioneerd waren had ik de gewoonte om telkens de verkeerde aan te tikken. Hetzelfde probleem trad op met iconen die overwegend groen of rood of bruin waren. Gelukkig waren er ook vrij veel iconen van apps die wel een onmiskenbaar uiterlijk hadden, skeuomorp zoals een Instagram app die oogt als een camera.

    Wit is de nieuwe kleur

    Helaas komt daar vandaag verandering in. De meeste iconen van de standaard  Apple apps  hebben een witte achtergrond met daarop een minimalistisch icoontje zodat ze allemaal dezelfde kleurindruk hebben. Apple heeft in de aanloop naar deze grote upgrade veel ontwikkelaars van apps weten te motiveren om de afgelopen maanden hard te werken om veel van de nieuwe functionaliteiten toe te voegen. Daarbij hebben heel veel ontwikkelaars ook enthousiast de vormgeving van hun app aangepast naar het voorbeeld van Jony Ive. Zo heeft Google de afgelopen weken al het ontwerp van veel app iconen veranderd naar een weergave met een witte achtergrond.

    Na de installatie stonden ook tientallen apps klaar met een update en ook daar zaten meerdere apps bij die nu ineens een lichte achtergrond hebben. Op dit moment is het scherm van mijn iPhone voorzien van heel veel apps met een witte kleurindruk en een onduidelijk icoontje. De juiste app opstarten is voorlopig een hele toer...


    Door: Fred van der Ende

  • Openbaar Google+ bericht invoegen op een webpagina

    Google+ heeft iets nieuws, een opvallende gelijkenis met de 'feature' die Facebook enige weken geleden introduceerde: Embedded Posts.

    Facebook kopie?

    De vraag is waarom Google deze optie nu eveneens heeft toegevoegd? Het leek erop dat Google toch een beetje het beleid hanteerde om het sociale platform de afgelopen jaren redelijk gesloten te houden voor de rest van het web. In eerste instantie was er geen API om rechtstreeks vanuit of naar Google+ te posten. Toen die mogelijkheid er wel kwam werd het slechts mondjesmaat met selectieve partners zoals Hootsuite of Flipboard uitgerold.

    Wellicht dat Google langzamerhand beseft dat het belangrijk is om juist vanaf het web verkeer van- en naar het sociale platform te genereren? Wat de reden ook moge zijn, handig is het wel. Google+ gebruikers kunnen op een webpagina die een embedded post bevat direct een reactie op het bericht achterlaten. Die reacties zijn overal waar het bericht gedeeld wordt zichtbaar, ook als het opnieuw wordt ingesloten...
    Evenals de Embedded Posts van Facebook is het niet mogelijk om de breedte van het ingesloten bericht te veranderen. Ook is het niet mogelijk om een bericht dat in een community werd geplaatst te embedden.
    Ik las een interessant idee voor het embedden van de beste Google Reviews op je site. Dat is zeker iets dat ik eens voor +Theehuis Dennenoord moet implementeren!

    Door: Fred van der Ende


  • Source: www.goldgenie.com

    Een aantal opvallende technologienieuwtjes van het afgelopen jaar die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben tonen aan dat we langzamerhand beginnen te snappen dat een 'smartphone' eigenlijk helemaal geen telefoon is. En daarom is het wat mij betreft ook helemaal niet belangrijk wat voor kleur dat ding heeft, of dat er wellicht ook een goedkope plastic variant komt. Een goudkleurige iPhone? Come-on! Als je geld teveel hebt kun je die allang bestellen...

    Neem bijvoorbeeld de introductie van de Google Chromecast, de lancering van PayLeven (en de aankondiging dat ook Nederlandse banken serieus van start gaan met betalen per mobiel), de introductie van een opvallende digitale camera van Sony en de hype rond slimme horloges. Allemaal voorbeelden waarbij de telefoon niet de hoofdrolspeler is maar juist als hub voor specifieke toepassingen wordt ingezet. Een krachtige mobiele computer voorzien van een hoge resolutie touchscreen en een mobiele internetverbinding. Maar bovenal een computer die iedereen altijd bij zich heeft.

    De telefoon als Remote Control

    Apple biedt al een tijdje de mogelijkheid om audio en video op de TV af te spelen in plaats van het kleine scherm van je telefoon. Die streamingtechnologie heet AirPlay en is beschikbaar als je over een Apple TV beschikt, een klein apparaat die je met een HDMI-kabel aan je TV koppelt. Die Apple TV beschikt over WiFi. Vanaf ieder Apple apparaat in huis kun je vervolgens muziek of video naar dat apparaatje sturen die het op de aangesloten TV zal afspelen.

    AirPlay is geniaal en heel handig maar Google tilde het naar een hoger niveau met de Chromecast, een kleine HDMI dongle die je in een HDMi poort van je TV steekt. Het concept is hetzelfde als bij AirPlay, je zoekt een YouTube video of internetpagina op je telefoon of laptop die je vervolgens op je TV wil vertonen. Er is echter een groot verschil met de AirPlay technologie. De inhoud wordt niet vanaf je telefoon of computer naar de Chromecast dongle gestreamd. Nee, de kleine dongle zoekt zelf verbinding met YouTube of het web om de gevraagde inhoud op te halen en af te spelen. De telefoon fungeert louter als een remote control.

    De telefoon als hub voor pintransacties

    Begin dit jaar ging PayLeven van start. Een Europese betaaloplossing die het voor bedrijven en kleine zelfstandigen mogelijk maakt om ook op locatie pinbetalingen te accepteren. De oplossing bestaat uit een kleine pinpaslezer die via Bluetooth met een smart phone is verbonden. De telefoon fungeert als de pinterminal die het mogelijk maakt om via de mobiele internetverbinding betalingstransacties te verwerken. Ideaal voor marktkooplieden, standhouders op beurzen, taxichauffeurs of andere verkopers op locatie.

    Recent zijn Nederlandse banken gestart met een pilot om ook rechtstreeks betalen met je mobiel (dus zonder pinpas) mogelijk te maken. Je houdt simpelweg je telefoon bij een sensor naast de kassa en hop, transactie afgeschreven. Die technologie maakt gebruik van een NFC chip in de telefoon. Slechts een klein aantal van de nieuwste modellen beschikt daarover. De iPhone (nog) niet.

    De telefoon als hub voor een digitale camera

    De mobiele telefoon groeide in korte tijd uit tot de meest gebruikte camera waarmee we die miljoenen foto's maken die we via social media delen. Fabrikanten van smartphones zochten de afgelopen jaren naarstig naar oplossingen om de kwaliteit van de kleine ingebouwde beeldsensor en lens te verbeteren. Daar ligt een probleem verscholen. De wetten van de 'digital imaging' technologie bepalen nu eenmaal dat beeldkwaliteit afhankelijk is van de grootte van de beeldsensor en de daaraan gekoppelde langere brandpuntsafstand van de lens. Niet voor niets zijn DSLR camera's nog altijd grote apparaten.

    Sony heeft nu een interessant concept bedacht waarbij er geen concessie gedaan wordt aan die wetten. De QX100 is een volwaardige digitale camera waarbij de telefoon als hub gebruikt wordt. De camera is in feite een lens met ingebouwde groot formaat beeldsensor, maar zonder beeldscherm. Zodra je deze camera middels WiFi met de telefoon verbindt kun je met behulp van het touchscreen de camera bedienen om foto's te maken en beheren. Het bewerken en delen van die beelden doe je vervolgens met je favoriete apps op de telefoon zelf.

    De telefoon als hub voor een slim horloge

    De populariteit van slimme armbanden die sportieve prestaties meten zoals de Nike Fuelband of de Fitbit hebben de hype rond de Smart Watch opgejaagd. Mensen zijn blijkbaar bereid om een slim apparaat om hun pols dragen. Die apparaten communiceren met de telefoon in je broekzak. Een slim horloge kan bijvoorbeeld meldingen of berichten weergeven zonder dat je de telefoon uit je broekzak hoeft te halen. Daarnaast biedt zo'n slim horloge om je pols de mogelijkheid om je playlist te bedienen of hands-free te telefoneren.

    Wat ik van Apple zou willen horen

    Nu het najaar voor de deur staat is het weer tijd voor nieuwe aankondigingen van Apple. Komen ze met een nieuwe iPhone en iPad? Ja, duh! Uiteraard komen ze met een nieuwe versie. Welke kleur of vorm dat ding heeft is blijkbaar al zo goed als bekend maar dat interesseert me niet. Veel belangrijker zijn de indicaties hoe Apple bovenstaande ontwikkelingen ziet.

    Komen ze met een Apple TV? Uhm?, die is er toch al? Of bedoelen al die Apple watchers een beeldscherm met een Apple logo? Ook die zijn er al lang. De Cinema Displays behoren tot de beste ter wereld. Het zou een koud kunstje moeten zijn om een scherm met een ingebouwde Apple TV te maken. Veel interessanter is om te vernemen hoe Apple de ontwikkelingen in consumentengedrag ziet. Hoe gaan we TV via internet consumeren. Komen ze bijvoorbeeld met een iTunes voor TV-stations?

    Er zijn geruchten dat de nieuwe iPhone over een ingebouwde scanner voor vingerafdrukken zou beschikken. Dat is interessant. Hoe ziet Apple de toekomst van beveiliging voor bijv. betalingen via de iPhone? Gaan ze mee met de standaard van de NFC chip voor betalingstransacties? Of hebben ze een heel ander idee?

    Hoe ziet Apple de groeiende populariteit van mobiele fotografie. Hoe kunnen ze de kwaliteit van de kleine beeldsensor verbeteren. Er was een gerucht dat Apple een patent zou hebben gedeponeerd waarin beschreven wordt hoe meerdere mobiele imaging sensoren gebruikt worden om één afbeelding vast te leggen. Dat soort ontwikkelingen zijn interessant. Ook belangrijk voor de ontwikkelingen op het gebied van mobiel video.

    Tja, en dan die hype van slimme horloges en andere 'wearable devices'. Tim Cook heeft al een paar keer aangegeven dat Apple zeer geïnteresseerd is in dergelijke toepassingen. Maar wordt het net zo iets als het slimme horloge van Samsung dat deze week werd aangekondigd? Ik hoop van niet. Volgens mij kan het slimmer, en vooral stijlvoller uitgewerkt worden. Waarom zou je in godsnaam die ingebouwde camera met lage resolutie van de Galaxy Gear gebruiken als je een ook een telefoon met een veel betere camera in je broekzak hebt? Waarom zou ik met mijn pols voor mijn mond willen telefoneren? Dan is een bluetooth headset toch veel logischer?

    Conclusie

    Kortom, we leven in een wereld waarin steeds duidelijker wordt dat die computer in onze broekzak straks nog de enige computer zal zijn die we nog nodig hebben. Een hub voor allerlei digitale randapparaten die ons dagelijks leven vereenvoudigen. Apple is als toonaangevend bedrijf in de computertechnologie in de unieke positie om voor al deze vraagstukken slimme oplossingen te bedenken. Het wordt tijd dat we langzamerhand eens een kijkje in de toekomst krijgen in plaats van dat eindeloze geneuzel over de kleur van die nieuwe iPhone, of het ontwerp van de icoontjes in iOS 7…
    Update!
    Inmiddels heeft Apple de nieuwe iPhone geïntroduceerd. Inderdaad, een plastic en een goudkleurige variant, maar dat is niet belangrijk. Veel interessanter is het feit dat er inderdaad een vingerafdrukscanner is toegevoegd. Opvallend is dat er geen NFC chip in zit maar Apple blijkt andere ideeën te hebben voor communicatie met andere apparaten: iBeacons. +Johan Voets heeft er een duidelijke blogpost over geschreven.

    Camera
    Wat betreft de camera zijn er inderdaad vernieuwingen, al is het niet de revolutionaire vernieuwing die in het besproken patent zijn beschreven. De iPhone 5s heeft een grotere beeldsensor voor betere beeldkwaliteit en een flitser die zich aan de kleurtemperatuur van de omgeving aanpast. Dat laatste is wel slim bedacht... 

    Door: Fred van der Ende


  • In dit tijdperk waar we overal toegang hebben tot informatie willen we vooral relevante informatie zien. Informatie die niet alleen actueel en duidelijk is, maar vooral ook zinvol. Hoe waardevol bepaalde informatie kan zijn wordt mede bepaald door ons internetgebruikers. De 'review' is hierbij een belangrijk stuk gereedschap.

    Iedere Nederlander kent de website IENS.nl waar je reviews over horecagelegenheden achter kunt laten. Jarenlang was Iens een marktleider in ons land. Bij dergelijke sites is meestal een beperkte groep gebruikers actief die de moeite neemt om een beoordeling te schrijven. De site werd echter wel veelvuldig bezocht als men op zoek was naar het oordeel van anderen over een specifieke gelegenheid. Over ons zeer druk bezochte theehuis verscheen de afgelopen jaren slechts een handjevol reviews op IENS. Toch hoorden we regelmatig van gasten dat men deze beoordelingen had gelezen. Dat had o.a. te maken met het feit dat Google de reviews van Iens prominent in de zoekresultaten toonde.

    Foursquare: Inchecken en tips achterlaten

    Met de opkomst van social media hebben bezoekers tegenwoordig de beschikking over vele mogelijkheden om tips en beoordelingen over een restaurant te geven. Zeker nu ze met hun mobieltje aan tafel zitten. Overal 'inchecken' met mobiele app Foursquare is vooral populair onder hipsters. Veel van hen laten ook tips bij een specifieke gelegenheid achter voor hun medegebruikers. Tegenwoordig probeert Foursquare z'n gebruikers zelfs actief te verleiden om een beoordeling of tip achter te laten zodra men incheckt bij een bedrijf dat officieel is aangesloten.

    Helaas lijkt de populariteit van Foursquare op z'n retour. Ik heb ons bedrijf zo'n drie jaar geleden officieel bij Foursquare aangemeld, maar als ik nu het 'dashboard' van ons bedrijf bekijk zie ik het aantal check-ins per maand flink afnemen. Ondanks het feit dat gebruikers regelmatig bij ons inchecken hebben we slechts een handjevol tips ontvangen. Wellicht is Foursquare nog altijd niet bekend bij het grote publiek? Of zijn die hippe gebruikers niet onze doelgroep?

    Yelp en Tripadvisor

    Yelp is inmiddels een grote internationale speler en beschikt over een flinke database waar o.a. Apple gebruik van maakt in iOS. Als een iPhone-gebruiker in Apple Maps of met behulp van Siri op zoek is naar een restaurant worden de bedrijven uit de database van Yelp getoond, inclusief sterretjes die een gemiddelde waardering aangeven. Yelp gebruikers kunnen via de mobiele app ook inchecken bij een geregistreerd bedrijf en direct vanaf hun mobiel een review achterlaten, eventueel compleet met foto's.

    Als ik naar onze eigen vermelding kijk zie ik slechts een paar beoordelingen, maar een rondje langs overige bedrijven in de regio doet vermoeden dat Yelp-gebruikers vaker geneigd zijn in de pen te klimmen dan Foursquare gebruikers. Onderschat vooral niet het belang van Yelp. Juist vanwege die samenwerking met Apple loopt er een grote doelgroep rond die jouw bedrijf weet te vinden met behulp van de iPhone.

    Tripadvisor is inmiddels ook een flinke speler. Ik zie vooral in het buitenland restaurants die een stikker op de deur hebben van deze organisatie die reisadviezen van medegebruikers verzamelt. Recentelijk heb ik ons bedrijf ook hier geregistreerd maar kan hier uit eigen ervaring nog weinig zinnigs over zeggen.

    Onduidelijkheid bij Facebook

    Facebook heeft een aantal jaar geleden de mogelijkheid toegevoegd om reviews bij een geverifieerd bedrijf achter te laten. Elk restaurant dat over een Facebook pagina beschikt dat gekoppeld is aan een adres krijgt de mogelijkheid om deze locatie aan de hand van KvK gegevens officieel te registreren. Bezoekers die de mobiele app van Facebook gebruiken kunnen hier vervolgens inchecken zodra ze een bericht posten. Met behulp van het administratiepanel kan de beheerder van de pagina in de statistieken zien hoe vaak bezoekers inchecken bij zijn bedrijf. De beheerder krijgt de berichten die bij de check-ins werden gepost niet te zien. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop Facebook omgaat met de privacy van gebruikers. Alleen de vrienden van degene die incheckt krijgen het bericht te zien.

    Facebook beschikt echter wel degelijk over de mogelijkheid om een publieke aanbeveling over zo'n bedrijf achter te laten. Wanneer je de Facebook pagina van een bedrijf bezoekt zie je in de rechterkolom een blokje met 'Aanbevelingen'. Wanneer een mobiele Facebook-gebruiker in de app op zoek is naar een restaurant in de omgeving worden die openbare aanbevelingen ook prominent getoond. Helaas heeft Facebook de mogelijkheid om zelf zo'n aanbeveling te schrijven diep weg gestopt dus wordt het veel te weinig gebruikt. Ik denk dat veel gebruikers niet eens weten dat het bestaat?
    Tip: Wanneer je in de mobiele Facebook App onder 'Plaatsen in de buurt' kijkt zie je een lijst met locaties. Wil je een openbare aanbeveling schrijven moet je even door de lijst met de meest populaire aanbevelingen van het gewenste bedrijf scrollen. Daaronder vind je een knop om zelf een aanbeveling te schrijven…

    Mede vanwege de vele mogelijkheden die het sociale netwerk biedt, worstelt Facebook blijkbaar met de moeilijke taak om alle opties duidelijk onder de aandacht van z'n gebruikers te brengen. Toch lijkt het erop dat ze het belang van bedrijfspagina's voor horecabedrijven onderkennen. Dat is ook logisch gezien het feit dat mensen juist veel berichten en foto's delen wanneer ze uitgaan. Recentelijk werd bijvoorbeeld bekend gemaakt dat gebruikers in de VS de beschikking krijgen om rechtstreeks een tafel te reserveren middels een partnership met Open Table.

    De macht van Google?

    Uiteindelijk kunnen we niet om Google heen. Al jarenlang heeft de zoekgigant ervoor gezorgd dat populaire aanbevelingen van sites als Iens.nl prominent in de zoekresultaten werden getoond. Sinds vorig jaar is Google echter zelf heel actief op dit gebied. Het bedrijf beschikt uiteraard al geruime tijd over Google Maps waar gebruikers actief locaties konden toevoegen. Bedrijfseigenaren waren in staat om zo'n locatie als een officiële 'Google Place' te verifiëren. Iedere bedrijfseigenaar die zo'n officiële Places vermelding op Google Maps beheert, heeft afgelopen jaar de melding gekregen dat deze Google Place werd geconverteerd naar een Google+ Local pagina (enigszins vergelijkbaar met een Facebook pagina). Als beheerder van zo'n Google+ pagina kun je hier je bedrijfsgegevens zoals adres en openingstijden actualiseren, foto's toevoegen en berichten plaatsen.

    Tevens kocht Google vorig jaar een bedrijf met de naam Zagat dat met name in de VS over een uitgebreide database met aanbevelingen en beoordelingen van horecabedrijven beschikte. Die Zagat database werd gekoppeld aan die nieuwe Google+ Local pagina's. Iedere Google+ gebruiker kan dus simpel een review inclusief beoordeling met sterretjes over een bedrijf achterlaten. Die reviews worden ook prominent getoond in de zoekresultaten van Google Search. Een zogeheten 'card' met informatie van zo'n Google+ Local pagina wordt in z'n geheel in de zoekresultaten getoond, compleet met openingstijden, contactinformatie, foto's en het bekende kaartje met routeaanwijzingen. Dus ook die reviews van derden!

    Als je bedrijf goed scoort in de zoekresultaten van Google zal het aantal mensen dat deze reviews leest enorm groot zijn. Probleem is echter dat veel mensen in ons land geen Google+ (willen) gebruiken dus het aantal bezoekers dat ook daadwerkelijk een beoordeling achterlaat is vooralsnog heel beperkt. Uiteraard zie je bij restaurants in grote steden als Amsterdam meer reacties dan bij ons in de provincie. Toch denk ik dat Google uiteindelijk één van de belangrijkste spelers zal worden. Juist vanwege die prominente weergave in de zoekresultaten hebben wij als ondernemers het meeste belang bij het actualiseren van de informatie op onze Google+ Local pagina. Daarnaast zullen we onze gasten moeten overhalen om ook actief een aanbeveling te schrijven…

    Voorlopige conclusie: Call to Action?

    Terwijl ik de afgelopen jaren druk bezig ben geweest om ons bedrijf op bovenstaande netwerken prominent aanwezig te laten zijn, viel me telkens op dat er zo weinig mensen waren die hun mening gaven. Verspreid over de diverse netwerken genereerden we een paar duizend check-ins en slechts enkele reviews. Het zal in sommige gevallen te maken hebben met onwetendheid, zoals bijvoorbeeld bij Facebook, maar ik vroeg me af of dat het enige was…

    Drie maanden geleden sloten we ons aan bij Couverts.nl, een online reserveringssysteem voor restaurants. Mensen die bij ons hebben gereserveerd krijgen na afloop van Couverts een mailtje met de oproep om een oordeel te geven en een review te schrijven. Die reviews zijn ook openbaar te lezen op de site van Couverts.nl. Opvallend is het feit dat we hier in drie maanden tijd vele malen meer reviews genereerden dan via alle bovenstaande netwerken gedurende drie jaar. Wie het weet mag het zeggen? Zelf denk ik dat het te maken heeft met het feit dat bezoekers per email wordt gevraagd om een mening te geven.

    Deze Amerikaanse manier om mensen te bewegen middels een 'Call to Action' lijkt dus te werken. Wellicht moeten Facebook en Google ook een slimme manier bedenken om meer mensen te bewegen om een review te schrijven? Dat moet uiteraard wel subtiel gebeuren maar het is belangrijk voor het verzamelen van relevante informatie. Zowel voor bedrijfseigenaren als potentiële gasten die op zoek zijn naar een onafhankelijk oordeel.

    Door: Fred van der Ende